Op zondag 28 juli werd ik (Jaap) bevestigd als deacon in de Episcopal (Anglican) Church of Sudan (ECS). Dat was een bijzondere gebeurtenis! Het woord ‘deacon’ kun je niet simpelweg met (een gereformeerde) diaken vertalen, want in de Anglicaanse traditie werkt het wat anders. Een deacon is eigelijk een beginnend predikant. Meestal wordt een deacon na een jaar tot volledig predikant bevestigd. Als deacon maak ik méér deel uit van de kerk en ook op de predikantenopleiding helpt het om zelf bevestigd te zijn. Ik vind het ook mooi dat ik juist in de ECS ben bevestigd. Dat laat iets zien van de ontwikkeling in de wereldkerk: de kerk in Afrika wordt meer en meer bepalend in het geheel van de wereldkerk.
In de bevestigingsdienst was ik de enige deacon en daarnaast werden drie deacons tot volledig predikant aangesteld. Het was een volle dienst! Naast de bevestigingen was er ook heilig avondmaal en werd er nog geld ingezameld voor een nieuwe auto voor de bisschop. We begonnen rond half elf en waren om een uur of drie klaar met de dienst. Daarna volgt er (natuurlijk) nog een maaltijd, dus om een uur of 5 waren we weer thuis. Aan de hand van wat foto’s vertel ik wat meer.
Deze foto hieronder is van de generale repetitie op zaterdagmiddag. De hele liturgie werd doorgenomen en we oefenden ook waar we wanneer moesten staan en knielen. Bisschop Anthony zei ter relativering: “Maak je er niet te druk om. Als er iets fout gaat, dan lossen we dat wel weer op!”.

Generale repetitie (Mirjam rechts met kindje)
Vóór de dienst moesten alle kandidaten eerst een verklaring (van trouw aan Schrift en belijdenis) ondertekenen. Ik deed dat in het Engels. De anderen in het Bari (lokale taal).

Tekenen van verklaring
De bevestingsliturgie bestaat uit drie delen: voorstellen, vragen beantwoorden en gezegend worden. Hier word ik ‘voorgesteld’ aan de bisschop. Aan de aanwezigen wordt dan gevraagd om ze mij geschikt vinden voor ordination en of ze mij willen ondersteunen in mijn taken. Daarop klonk een helder ‘ja’.

Voorstellen van kandidaat
Daarna mocht ik acht vragen beantwoorden, volgens de liturgie. Bijvoorbeeld deze vraag: “Will you promote unity, peace, and love among all Christian people, and especially among those whom you serve?”. Mijn antwoord was: “By the help of God, I will”.

Vragen beantwoorden
De laatste fase was het ontvangen van de zegen. Mirjam stond toen achter me. Dit vond ik een indrukwekkend moment. “Make him faithful to serve, ready to teach, constant in advancing your gospel; and grant that, always having full assurance of faith, abounding in hope, and being rooted and grounded in love, he may continue strong and steadfast in your Son Jesus Christ our Lord…”. Daarna kreeg ik m’n ‘preaching scarf’ omgehangen en ontving ik een Bari NT.

Zegen

Toen klonken er opeens vreugdekreten en kwam het koor naar voren om me te feliciteren! Ik kreeg een slinger (!) omgehangen en ik kreeg een kadootje.
-

Nadat iedereen is bevestigd, staan we voor in de kerk en is er dans en zang. We worden met veel enthousiasme gefeliciteerd.

Er waren twee bisschoppen in deze dienst. Onze ‘eigen’ bisschop Anthony (rechts) en daarnaast bisschop Hilary van de naburige diocese Yei.

We vonden het erg leuk dat Hilda & Dick (niet op foto) Malaba erbij waren als vertegenwoordigers van de GZB.
Met dank aan Dick Malaba (Yei) voor de foto’s.
Prachtig preken
Laat ik iets vertellen over de twee vakken die ik afgelopen semester heb gegeven: preekkunde en Bijbelse theologie. Voor de liefhebber.
Preekkunde
Dit vak gaf ik aan 2 groepen: certificate en diploma. De diploma-groep is het hogere niveau. Ik had op het internet een korte handleiding voor preken gevonden die door iemand in Zimbabwe was gebruikt. Dat leek me handig, maar in de praktijk van het lesgeven, viel deze syllabus erg tegen. Het niveau van Engels was te moeilijk en er zaten ook veel onnodige herhalingen in. Ik heb de studenten een stappenplan gegeven hoe je van bijbeltekst naar preek komt. Daarbij hebben we aandacht gegeven aan bijbeluitleg (exegese), het belang van de introductie, het gebruik van voorbeelden, maar ook aan preken uit het Oude Testament en preken tijdens een huwelijk of begrafenis.Context en toepassing
De twee belangrijkste probleemgebieden waren het serieus nemen van de oorspronkelijke situatie van de bijbeltekst (context) en het toepassen van de boodschap in het Zuid-Soedan van nu. En volgens mij is dat wereldwijd gezien de uitdaging als het gaat om preken (ook in Nederland!). Het begrip context was en is voor veel studenten lastig te begrijpen. Ik heb het met heel veel voorbeelden geprobeerd duidelijk te maken. Sommige studenten snappen het nu, anderen hebben meer tijd nodig. Maar dat geeft niet. Zo hield een student een proefpreek over Galaten 5:1 en hij sprak over de vrijheid in Christus. Mooi thema natuurlijk. Hij zette daarbij de vrijheid in Christus tegenover het slavenjuk van de zonde en verwees naar Romeinen 6:6. Klinkt goed, maar dat doet helemaal geen recht aan wat de apostel Paulus schreef in de Galatenbrief. Die heeft het over vrijheid in Christus tegenover gebondenheid aan de Joodse wet! Een heel andere context dan in Romeinen 6:6.Ook bij het toepassen van de boodschap vervallen veel studenten in algemeenheden. Zoals: we moeten meer geloof hebben, minder zondigen en meer dienen. En nogmaals: datzelfde heb ik regelmatig van Nederlandse kansels gehoord. Het vraagt studie, bezinning en gebed om de boodschap echt te laten landen in de belevingswereld van de hoorders. Maar het is wel nodig om dit serieus te nemen, want dan alleen gaan mensen ontdekken wat het christelijke geloof betekent voor het leven van elke dag.

Wekelijkse avondmaalsdienst
Bij sommige proefpreken van studenten werd ik blij, bij andere preken zat ik met gekromde tenen. Maar er is zeker vooruitgang te zien bij de studenten. Ze beseffen nu meer dan ooit dat ze de tekst moeten laten spreken en dat de preek moet landen bij de hoorders. Ook begrijpen ze nu beter dat een preek (veel) voorbereidingstijd nodig heeft en dat het een zaak van gebed en bijbelstudie is. Ik was heel erg blij na een preek van diploma-student Kwanyi Henri tijdens de wekelijkse avondmaalsdienst op de College. Z’n preek zat perfect in elkaar: duidelijke boodschap, prachtige illustratie over zijn opa, context serieus genomen en een stevige conclusie. Op zo’n moment is docent-zijn een geweldig vak!
Zie voor Bijbelse theologie de volgende blog.
Dansen met een kunstbeen
Ik geef een kort verslag van afgelopen zondag (17 juli 2011), omdat het een beetje laat zien hoe de zaken hier gaan. Ik was gevraagd om in de St. Luke-gemeente te preken en dan wel in de tweede dienst waar de lokale taal wordt gebruikt. Mijn Zuid-Soedanese buurman Alex is net deacon geworden en toegewezen aan die gemeente, dus ik ging met hem om 7.30 uur ’s morgens op de motor naar St. Luke. We vertrokken zonder ontbijt, omdat de keuken niet wist dat wij vroeg weg moesten. Het is ca. 20 minuten rijden naar St. Luke. Daar begon wat na 8 uur de Engelse dienst. Er waren nog maar weinig mensen, maar anderen komen als ze ‘geluid’ horen vanuit de kerk. Aan het einde van de dienst zat de kerk vol. Jennifer, een vroedvrouw uit Kenia die lesgeeft op de nursing school in Kajo-Keji, preekte over Mozes die vlucht uit Egypte naar Midjan. Rond een uur of 10 was de Engelse dienst afgelopen en gingen we naar het huis van pastor James, vlak naast de kerk. Daar kregen we ons ontbijt: soort warme choco-drank en broodjes. Na een half uurtje door naar de tweede dienst.
Kunstbeen
Opnieuw weinig mensen in de kerk en opnieuw liep het aardig vol richting het einde van de dienst. Mijn preek (die vertaald werd naar het Bari) ging over Jozua 3-4, het volk Israel dat de Jordaan oversteekt en het beloofde land binnentrekt. Natuurlijk linkte ik dat met het de vorming van de Republiek Zuid-Soedan. Mijn 3 punten waren: (1) God is (aanwezig) bij zijn volk, (2) herinneren wat God in het verleden heeft gedaan en (3) alle volken moeten weten dat Israels God machtig is. Het is moeilijk in te schatten of het overkomt. Ik kreeg geen feedback, maar dat is normaal. Ik probeerde het wel een beetje theatraal te doen (doortocht Jordaan) en ik gebruikte voorbeelden. Aan het eind van de dienst werden drie baby’s opgedragen. Dit was niet gepland, maar de moeders waren met die verwachting naar de kerk gekomen. Men doet het graag een week na de geboorte, in navolging van baby Jezus die met 8 dagen naar de tempel werd gebracht (Lukas 2). Later worden kinderen ook gedoopt in de kerk. Vervolgens kregen we een getuigenis van een oude broeder wiens been was geamputeerd. Het was nogal bijzonder om te zien hoe hij met een kruk en een kunstbeen ‘dansend’ naar voren kwam om te vertellen wat een geweldig werk de ‘witte dokters’ hadden verricht. Je kreeg zelfs eten in het ziekenhuis! (Daar zorgt de familie normaliter voor). En ze hadden een wc waar je op kon zítten!

Bidden in het ziekenhuis
Na de dienst (ca. 13.15 uur) gingen we eten bij pastor James, een soort dikke pap van cassave en sorghum met een mengsel van (een soort) spinazie met ei. Heel smakelijk. Inmiddels had m’n collega Alex gehoord dat z’n dochter in het ziekenhuis lag. Z’n dochter zit op een school met internaat in Kajo-Keji van de rooms-katholieke Comboni missionarissen. Het is een school met een hele goede reputatie. En zelfs als je familie in Kajo-Keji woont, dan nog moeten studenten in het internaat verblijven. Ze lag in het ziekenhuis vanwege malaria. Dus op naar het ziekenhuis. Ik was al eens op het terrein geweest, maar nog niet in de ziekenzaal. Een gedeelte van de gebouwen stammen uit 1934, dus die zijn vast door de Britse zending gebouwd. Ze zijn natuurlijk wel opgeknapt door de tijd. We gingen naar de vrouwenafdeling en daar stonden zo’n 14 bedden in een zaal met heel veel familieleden ernaast of erbij. De dochter van Alex was verzwakt, maar het ging op zich redelijk met haar. Op de grond lag een matras waar 2 meisjes op lagen. Het ene meisje had een enorm opgezwollen knie waar ze volgens haar oom al sinds januari last van had. Men had haar behandeld met ‘Afrikaanse medicijnen’, maar dat had niets uitgewerkt. Dan is er opeens een vrouw die zegt dat we moeten bidden voor dit meisje en dat deed ze toen ook. De hele zaal deed op een of andere manier mee.Na het ziekenhuisbezoek gingen we op de motor terug naar de College, zo’n 7 km denk ik. Onderweg zagen we heel veel mensen langs de kant van de weg, sommigen huilden. Er was iets aan de hand. Op een bepaald moment stopte Alex om te vragen wat er was. Er was een auto-ongeluk gebeurd. Er was een oude chief overleden en hij werd die dag begraven. Zijn familie was uit Juba gekomen en net voor Kajo-Keji was de auto van de weg geraakt en over de kop gegaan. Een kleinzoon van de oude chief was daarbij op slag dood. Zeer tragisch. Even later reden we langs het autowrak, het was niet ver bij de College vandaan.
Blijdschap om Bartimeüs
Ik vertel ook nog iets over maandagavond. Toen bekeek ik samen met de studenten van de Lay Readers-training de Jezus-film in de Bari-taal (geprojecteerd op de witte muur in de bieb). Veel van deze studenten kijken heel weinig naar films of tv. Ze reageerden vaak op de gebeurtenissen in de film. En ze hielden zich nog in, omdat anderen anders het geluid niet goed konden horen. Ik keek regelmatig naar de gezichten van de vrouwen die iets achter me zaten. Er waren tranen van blijdschap toen Bartimeüs kon zien, er werd gelachen toen Zaccheus z’n geld weg gaf. Verontwaardiging klonk toen ze zagen hoe Jezus werd behandeld door de Romeinse soldaten. Afschuw toen Hij aan het kruis werd genageld. Tranen toen Hij daar hing aan het kruis op Golgotha en opluchting toen Hij verscheen aan zijn discipelen na de opstanding. Die avond werd het evangelie even ons verhaal.Gebed voor Zuid-Soedan (2011)
Prayer for the New Nation of South Sudan.
Almighty God, we thank you for the new nation of the Republic of South Sudan.
We pray for its political leaders that they will be united and serve the people with all diligence and put the nation first. Give them your wisdom as they lead the people of South Sudan.
We pray that religious leaders will guide and speak a prophetic message of hope, peace and reconciliation to the new nation of South Sudan.
Purge the new nation of all corrupt practices and instill to the people and leaders a fear of God and the culture of hard work.
We pray for those who have taken up arms that they will agree to peace and resolve all grievances through peaceful means.
We pray that South Sudan will have peace with all its neighbors.
We pray this through Jesus our Lord. Amen.
Door: Rt Rev Anthony Poggo, Bishop of the Diocese of Kajo-Keji, Sudan
Op eigen benen
Nog een paar uur en dan staat Zuid-Soedan officieel op eigen benen. Op 9 juli 2011 zal het feest van de onafhankelijkheid groots gevierd gaan worden en ik ben er ook bij! Ik ga trouwens ook twee weken lesgeven aan ‘Lay Readers’ (leken-voorgangers), maar daar vertel ik later nog wel meer over. Hoe zal het gaan na 9 juli? Niemand die het weet, “alleen God” voegen ze er dan in Afrika terecht aan toe. En ik weet het natuurlijk ook niet. Een aant
al van m’n collega’s op de school denkt dat er weer een oorlog zou kunnen komen in het grensgebied tussen Noord en Zuid. Anderen zijn bang dat er interne twisten uitbreken in het Zuiden.Bevrijding
Ik las deze week een interessant artikel in het BBC-magazine ‘Focus on Africa’ over Zuid-Soedan. De auteur (Gill Lusk) zegt dat het Zuiden spreekt over een bevrijding uit slavernij. Men gebruikt metaforen als: het beloofde land en Jeruzalem. Dat zijn ook de beelden die ik heb gehoord. Het artikel zegt ook dat het Noorden de afscheiding niet echt heeft geaccepteerd en dat ze zullen proberen de nieuwe republiek zoveel mogelijk dwars te zitten. Het is dan ook enorm jammer (understatement) dat het Zuiden nu bezig is met veel geld uitgeven aan het leger. Geld dat niet wordt gebruikt voor wegen, gezondheidszorg en onderwijs.Vragen
Het artikel zegt dat het niet eenvoudig is voor Noord en Zuid om afspraken te maken. “The NCP (Noord-Soedan, JAH) has broken every agreement it has ever signed…”. En zal het Zuiden investeerders weten aan te trekken? En zal ze een gevoel van eenheid kunnen bewerken tussen de verschillende etnische groepen? “Some observers have already warned of endemic tribalism, nepotism and corruption which if unchecked would have South Sudan swapping Arab domination for Dinka domination” (Nyambur Wambugu).We gaan het allemaal zien. God weet het, zeggen ze in Afrika en laten we Hem bidden om vrede en voorspoed voor Zuid-Soedan.
Tijdsverspilling
In juni gaf ik (Jaap) les aan een groep studenten die de deeltijdopleiding Basisschool-leerkracht doen. Ze werken al als leerkracht, maar dit is een bijscholingstraject en ze komen in de vakantie een paar weken naar onze ‘College’ voor lessen. Ik gaf het vak ‘studie- en schrijfvaardigheden’ en we hadden het op een bepaald moment over directe en indirecte communicatie. Ik vertelde hen dat ik in Ethiopië had gewerkt en dat men daar over het algemeen zeer indirect communiceert. Ik had de indruk dat dit bij hun etnische groep in Zuid-Soedan (Bari of Koekoe) anders was.
Slecht nieuws
Omdat te testen, vroeg ik: “Hoe breng je de boodschap over dat iemand is overleden? Bijvoorbeeld aan een naast familielid?”. De studenten keken me aan alsof ze de vraag niet helemaal begrepen. Ze vonden het antwoord té voor de hand liggend. Een student zei: “Nou gewoon, je gaat naar iemand toe of je belt de persoon op en je zegt ‘Je moeder is overleden’. Dat is alles”. Dat is dus echt heel direct ten opzichte van mijn eerdere ervaringen in Ethiopië. Ik vertelde hen hoe men daar in zo’n situatie zou handelen.Heel indirect
Als een vriend van de zoon de boodschap krijgt dat zijn moeder in het dorp buiten de stad is overleden, dan gaat hij naar de vriend toe en zegt: “Ik blijf vannacht bij je slapen”. ’s Morgens wekt de vriend de zoon en zegt dan: “Je moeder is ernstig ziek, laten we naar haar toe gaan in het dorp”. De zoon heeft dan wel door dat het ernstig is, maar hoe ernstig wordt hem niet op een directe manier verteld.Een van mijn Soedanese studenten in de klas zei na het horen van dit verhaal uit Ethiopië: “Wat een tijdsverspilling!”. En dat laat duidelijk zien dat de Bari-cultuur in Zuid-Soedan nogal direct communiceert.

Gij zult niemand vergiftigen!
Ik (Jaap) heb opnieuw twee weken doorgebracht in Kajo-Keji, Zuid-Soedan. Hieronder een fotoverslag.

Elke morgen wordt het ontbijt gebracht. Veel vrouwen dragen spullen op het hoofd.
Eerst maar een en ander over hoe ik daar leef. Samen met een paar Soedanese collega’s krijg ik elke morgen een ontbijt geserveerd. Dat ontbijt wordt door de dames van de keuken op het hoofd gedragen (zie foto) en in de woonkamer van een van de collega neergezet. Het ontbijt bestaat meestal uit thee met brood (zonder beleg).

Water wordt ook op het hoofd vervoerd.
’s Morgens en ’s avonds krijg ik zo’n gele jerrycan met warm water (zie foto) waarmee ik me kan wassen. Bij ons huisje is buiten een speciale wasruimte. Dat gaat heel prima en het is heerlijk om aan het begin van de avond jezelf te ontdoen van zweet en stof!

Een typische maaltijd: maispap, bonen en iets groens.
Hierboven zie je een typische middag- of avondmaaltijd (zit weinig verschil tussen). We krijgen rijst of maispap, vrijwel altijd bruine bonen en soms vlees erbij of een gebakken ei. Soms ook iets spinazie-achtigs erbij. Het is allemaal heel goed te eten, maar na twee weken heb ik wel weer zin in iets anders!

Studenten theologie (diploma-niveau).
Dit is de nieuwe groep studenten die ik nu lesgeef. Zij studeren op ‘diploma-niveau’, dat kennen we in Nederland niet, maar dat zit onder Bachelor-niveau. Het is voor het eerst dat de College een studie op dit niveau heeft. Ik geef drie vakken: Bijbeluitleg, studievaardigheden en Engels. In de twee weken dat ik in Kajo-Keji ben, geef ik intensief les: elke morgen van 8.30 tot 13.00 uur. Aan het eind van de morgen geef ik Engels en dat probeer ik heel actief te doen, want vanwege de warmte zijn we dan allemaal wat moe! Alle studenten hebben al een bepaalde taak in de kerk (veel zijn predikant), maar ze willen graag beter toegerust worden. Het vak Bijbeluitleg vind ik erg leuk om te geven. We proberen te ondekken wat de Bijbel betekent volgens de bedoeling van de bijbelschrijvers en we vragen ons af wat die boodschap nu betekent voor de kerk in Soedan. Dat levert mooi gesprekken op.

De college-bieb wordt goed gebruikt.
Aan het eind van m’n vorige bezoek had ik onverwacht 2 dagen vrij. Toen heb ik – met behulp van een student – de bibliotheek gereorganiseerd. Alle boeken waren kris-kras-door-elkaar op de planken gezet en het was moeilijk iets te vinden. Ook waren er geen tafels en stoelen. Toen ik de vorige keer weg ging, stonden de boeken per categorie (bv. OT, NT, Dogmatiek, Kerkgeschiedenis) gesorteerd, maar de bieb werd amper gebruikt omdat je er niet kon zitten! Toen ik nu in de bieb kwam, stonden er prachtige tafels en stoelen en het was er druk! De bibliotheek wordt nu heel goed gebruikt en dat is erg bemoedigend om te zien.

Op weg naar de dienst: koor, Mothers’ Union, voorgangers en bisschop Anthony.
Op zondag 6 februari ging ik met bisschop Anthony mee naar een kerkdienst ergens buiten Kajo-Keji. Het werd een dienst van zo’n 4 uur, want er moest heel wat worden gedaan: confirmatie van catechisanten, de bevestiging van twee voorgangers en het vieren van het avondmaal.

Handoplegging bij het doen van belijdenis.
Bisschop Anthony neemt het doen van belijdenis heel serieus. Je moet het echt met overtuiging doen en niet uit ‘gewoonte of bijgelovigheid’. Daarom krijgt elke kandidaat een vraag te beantwoorden en zeggen ze samen de geloofsbelijdenis en het Onze Vader op. Op de vraag wat het 5e gebod is, gaf een van de kandidaten als antwoord: Gij zult niemand vergiftigen! Dat leverde gegrinnik op in de kerk. De achtergrond hiervan is dat er in de regio Kajo-Keji veel geruchten zijn over mensen die elkaar vergiftigen. Gij zult niet doden betekent in die context dus al heel snel: Gij zult niet vergiftigen!
Een ander bijzonder feit was dat een van de kandidaten ’s nachts een baby had gekregen! Aan het eind van de dienst was de jonge moeder toch aanwezig en deed ook zij belijdenis. Mooi was dat ze op haar plek mocht blijven zitten en dat de bisschop naar haar toe ging voor de handoplegging.
Viering van Avondmaal met wijn en biscuit.
Na een uur of drie was het tijd voor de viering van het Avondmaal. Dat gebeurt met wijn en zoete biscuit. Ik vind dat steeds weer een bijzonder moment. Het maakt niet uit welke ‘elementen’ gebruikt worden, het gaat erom dat Gods genade naar ons toekomt. We komen zoals we zijn: blank of zwart, arm of rijk, educated of analfabeet… Voor ons allen geldt: ‘het lichaam van Christus verbroken voor u’ en ‘het bloed van Christus vergoten voor jou’.
Kijken in Kajo-Keji
Ik ben nu al weer een week terug uit Kajo Keji en het is tijd voor een kort verslagje. In de komende (echte!) nieuwsbrief volgt meer o.a. over dit bezoek, dus ik houd het hier een beetje kort. Laat ik maar met de conclusie beginnen: ik ben positief terug gekomen uit Soedan. Ik denk een goede indruk te hebben gekregen van het reilen en zeilen van de theologische school waar ik ga werken. Qua gebouwen ziet het er allemaal indrukwekkend uit, maar er is een duidelijk gebrek aan leermiddelen en aan personeel. Op dit moment zijn er twee groepen studenten. De ene groep bestaat uit voorgangers en kerkleiders die een ‘bijspijker-training’ volgen. Zij komen voor een blok van 3 maanden en gaan dan weer terug naar hun gemeente. In totaal volgen zij zo vier blokken van 3 maanden, een jaar dus. Deze training gebeurt in de Bari-taal, de lokale taal. Daarnaast is er de groep die een erkende opleiding doet: ‘certificate in theology’. Dit is een driejarig, Engelstalig programma. Ik zal me vooral met die groep bezig houden.

Ik was blij dat er in de week dat ik in Kajo Keji was, ook net een nieuwe Soedanese docent, Alex, was gearriveerd. Hij heeft tot nu toe in Khartoem gewoond en is nu terug gekomen naar zijn geboortestreek. Ik heb veel van m’n tijd samen met Alex doorgebracht.
Ik heb nu afgesproken dat ik in oktober en in november naar Kajo-Keji terug ga, beide keren voor een periode van twee weken. Dan ga ik – in een intensieve vorm – het vak ‘Major themes in theology’ geven. Daarnaast geef ik ook het vak Engels. Ik ben blij dat we nu concrete afspraken hebben gemaakt en dat ik aan de slag kan gaan.
Ik heb ook een en ander van de streek gezien en van wat de kerk daar doet. Er zijn niet zoveel auto’s, maar des te meer brommers voor het vervoer van mensen, dieren en spullen. Ik mocht met bisschop Anthony mee naar de ‘dedication’ van een ambulance voor Kajo Keji en ik ben mee geweest naar een belijdenisdienst op het platteland.
De burgeroorlog en de politieke situatie zijn nadrukkelijk aanwezig in het leven van mensen. In hun levensverhaal klinkt regelmatig: “toen zat ik in het vluchtelingenkamp” en “toen konden we terug naar onze geboortegrond”. Veel oudere studenten hebben hun scholing daarom moeten onderbreken of stoppen. Het referendum over de onafhankelijkheid van Zuid-Soedan komt steeds dichterbij (begin januari 2011). De stemming in Kajo-Keji lijkt te zijn dat het Zuiden apart moet gaan. Dat levert opnieuw grote vragen op over de toekomst van het land en de mensen.
Ondertussen waren Mirjam, Desta en David in Kampala. Ze hadden ook een goede week. Niet zonder uitdagingen, maar het is goed gegaan. De jongens vinden steeds beter hun plekje op school. Mirjam geeft nu twee keer in de week een uurtje Nederlandse les aan kinderen van een MAF-familie.
Onder de palmboom
Om dit bericht te versturen sta ik op een paar stenen onder de palmboom met uitzicht op de nieuwe kerk in aanbouw. Want op díe plek kun je het mobiele netwerk van Uganda ontvangen. En dat heb ik nodig met mijn simcard. Ik ben voor een week in Kajo-Keji (Zuid-Soedan). Hierbij een paar eerste indrukken.Met een vliegtuigje van de MAF ben ik hierheen gevlogen. Toen we landden op de airstrip, stak er net nog een brommer over… Samen met een paar andere gasten werd ik opgehaald door een delegatie van de kerk.
We kregen thee en gingen daarna op bezoek bij een cursus die verzorgd wordt door een team uit de UK, over trauma healing. Ook werd ik naar m’n verblijf voor de week gebracht. Dat bleek ons toekomstige huisje te zijn dat ik al van de foto’s kende! Er stond al een 2-persoonsbed en 2 enkele bedden voor de jongens. Ik kreeg ook een persoonlijk toilet (Franse stijl) toebedeeld in het toilethuisje. Ik voelde me welkom! Aan het eind van de middag kreeg ik een jerrycan warm water om me te wassen. En ’s avonds werd m’n muskietennet nog beter opgehangen, hoewel ik het al prima vond.
Terug naar de middag: de principal gaf alle gasten een rondleiding over het terrein van de school. Conclusie: veel potentieel, mooie gebouwen, maar telkens weer te weinig geld en onvoldoende menskracht als remmende factoren. Daarna aten we lunch met de workshop-groep: ugali, rijst, vissaus, okra & bonen. Was lekker.
Later in de middag een eerste bijeenkomst met de bisschop, de principal en Alex, een Soedanese docent die ook nieuw is. Het tekort aan middelen en mensen leidt tot een vicieuze cirkel van gebrek aan motivatie en kwaliteitsverlies. Genoeg te doen, dat is duidelijk. ’s Avonds eet ik samen met Alex en praten we over van alles en nog wat. Rond 10 uur ga ik naar bed, moe van alle indrukken, maar ook bemoedigd door de ontmoetingen.
GZB benoemt docent voor Zuid-Soedan
De GZB heeft J.A. (Jaap) Haasnoot (42) uit Ede benoemd als docent/toeruster binnen de Episcopal Church of Sudan. Jaap zal binnen de diocese (’classis’) Kajo Keji van deze kerk predikanten toerusten en nieuwe kerkelijke leiders opleiden.
Sinds de ondertekening van het vredesverdrag in Zuid-Soedan kan deze kerk meer aandacht geven aan theologisch onderwijs. Vanwege de groei van de kerk is er behoefte aan goed opgeleide voorgangers. Op de theologische school in Kajo Keji worden studenten opgeleid tot predikant. Daarnaast worden er bijscholingscursussen gegeven voor predikanten die al in een gemeente werkzaam zijn. De theologische school verhuisde drie jaar geleden van Noord-Oeganda naar Kajo Keji in Zuid-Soedan.
Jaap en Mirjam Haasnoot zijn in 2005 als zendingswerkers teruggekeerd uit Ethiopië. Zij werkten daar namens de GZB en Wycliffe/SIL als bijbelvertalers. Terug in Nederland is Jaap als beleidsmedewerker en toeruster voor de EZA (Evangelische Zendingsalliantie) aan de slag gegaan.
Jaap en Mirjam hebben vier zoons. Zij hopen na de zomer naar Zuid-Soedan te vertrekken.
Persbericht GZB, 22 april 2010