Auteursarchief: admin

Jaap wordt deacon

Op zondag 28 juli werd ik (Jaap) bevestigd als deacon in de Episcopal (Anglican) Church of Sudan (ECS). Dat was een bijzondere gebeurtenis! Het woord ‘deacon’ kun je niet simpelweg met (een gereformeerde) diaken vertalen, want in de Anglicaanse traditie werkt het wat anders. Een deacon is eigelijk een beginnend predikant. Meestal wordt een deacon na een jaar tot volledig predikant bevestigd. Als deacon maak ik méér deel uit van de kerk en ook op de predikantenopleiding helpt het om zelf bevestigd te zijn. Ik vind het ook mooi dat ik juist in de ECS ben bevestigd. Dat laat iets zien van de ontwikkeling in de wereldkerk: de kerk in Afrika wordt meer en meer bepalend in het geheel van de wereldkerk.

In de bevestigingsdienst was ik de enige deacon en daarnaast werden drie deacons tot volledig predikant aangesteld. Het was een volle dienst! Naast de bevestigingen was er ook heilig avondmaal en werd er nog geld ingezameld voor een nieuwe auto voor de bisschop. We begonnen rond half elf en waren om een uur of drie klaar met de dienst. Daarna volgt er (natuurlijk) nog een maaltijd, dus om een uur of  5 waren we weer thuis. Aan de hand van wat foto’s vertel ik wat meer.

Deze foto hieronder is van de generale repetitie op zaterdagmiddag. De hele liturgie werd doorgenomen en we oefenden ook waar we wanneer moesten staan en knielen. Bisschop Anthony zei ter relativering: “Maak je er niet te druk om. Als er iets fout gaat, dan lossen we dat wel weer op!”.

Generale repetitie

Generale repetitie (Mirjam rechts met kindje)

Vóór de dienst moesten alle kandidaten eerst een verklaring (van trouw aan Schrift en belijdenis) ondertekenen. Ik deed dat in het Engels. De anderen in het Bari (lokale taal).

Tekenen van verklaring

Tekenen van verklaring

De bevestingsliturgie bestaat uit drie delen: voorstellen, vragen beantwoorden en gezegend worden. Hier word ik ‘voorgesteld’ aan de bisschop. Aan de aanwezigen wordt dan gevraagd om ze mij geschikt vinden voor ordination en of ze mij willen ondersteunen in mijn taken. Daarop klonk een helder ‘ja’.

Voorstellen van kandidaat

Voorstellen van kandidaat

Daarna mocht ik acht vragen beantwoorden, volgens de liturgie. Bijvoorbeeld deze vraag: “Will you promote unity, peace, and love among all Christian people, and especially among those whom you serve?”. Mijn antwoord was: “By the help of God, I will”.

Vragen beantwoorden

Vragen beantwoorden

De laatste fase was het ontvangen van de zegen. Mirjam stond toen achter me. Dit vond ik een indrukwekkend moment. “Make him faithful to serve, ready to teach, constant in advancing your gospel; and grant that, always having full assurance of faith, abounding in hope, and being rooted and grounded in love, he may continue strong and steadfast in your Son Jesus Christ our Lord…”. Daarna kreeg ik m’n ‘preaching scarf’ omgehangen en ontving ik een Bari NT.

Zegen

Zegen

Toen klonken er opeens vreugdekreten en kwam het koor naar voren om me te feliciteren! Ik kreeg een slinger (!) omgehangen en een kadootje.

Toen klonken er opeens vreugdekreten en kwam het koor naar voren om me te feliciteren! Ik kreeg een slinger (!) omgehangen en ik kreeg een kadootje.

Nadat iedereen is bevestigd, staan we voor in de kerk en is er dans en zang. We worden met veel enthousiasme gefeliciteerd.

Nadat iedereen is bevestigd, staan we voor in de kerk en is er dans en zang. We worden met veel enthousiasme gefeliciteerd.

Er waren twee bisschoppen in deze dienst. Onze eigen bisschop Anthony (helemaal rechts) en daarnaast bisschop Hilary van de naburige diocese Yei.

Er waren twee bisschoppen in deze dienst. Onze ‘eigen’ bisschop Anthony (rechts) en daarnaast bisschop Hilary van de naburige diocese Yei.

Hilda & Dick (niet op foto) Malaba vertegenwoordigden de GZB.

We vonden het erg leuk dat Hilda & Dick (niet op foto) Malaba erbij waren als vertegenwoordigers van de GZB.

Met dank aan Dick Malaba (Yei) voor de foto’s.

De ruime kant van Gods soevereiniteit

Tijdens een les over theologie in de Afrikaanse context lazen we een verhaal uit de begintijd van het zendingswerk in Soedan. Het gaat over de zoons van een Dinka-chief die christen willen worden. Ze zeggen tegen hun vader: “We willen dat ons hoofd besprenkeld wordt met het water van God”. De vader vraagt waarom ze dat willen en ze vertellen hem wat ze op school van de zendelingen over het christelijke geloof hebben geleerd. Dan zegt hun vader: “Als het zo is dat christenen naar het ‘huis van God’ gaan na hun dood en de rest naar het ‘huis van vuur’, zouden jullie blij kunnen zijn in het huis van God terwijl de rest van jullie familie in het vuur brandt?” (geciteerd in Andrew Wheeler, ‘Our African Spiritual Heritage‘).

En onze voorouders dan?
Dit bracht ons bij de vraag: wat is het lot van hen die het evangelie nooit hebben gehoord? Student Francis vertelt dat deze vraag altijd opkomt als ze evangelisatiewerk doen. Worden we in het leven na dit leven dan afgesneden van onze voorouders?, zo vraagt men. We gingen zoekend en tastend met deze vraag aan de slag en onze gids was Chris Wright met zijn boek ‘Salvation belongs to our God‘.

Alleen via Christus
Wright beschrijft twee opvattingen onder christenen. De ene visie zegt dat je alleen gered kunt worden als je weet hebt van het verzoenend sterven van Jezus. Er is één weg tot behoud: via berouw en geloof in het reddend werk van Christus. Als je die weg niet gaat, ben je verloren. De andere visie zegt óók dat alleen het kruis van Christus de basis is voor verzoening. Er is geen andere weg. Maar dat betekent niet dat de groep die gered wordt, beperkt is tot hen die het evangelie hebben gehoord en bewust hebben geloofd. Wright zegt over de tweede visie: Zij willen de mogelijkheid open laten dat God – nog steeds via het werk van Christus – enigen zal redden die zich tot God keren met een bepaalde vorm van berouw en geloof, ook al hebben ze nooit van Christus gehoord in hun aardse leven. Alleen God kan dat beoordelen. Wright kiest zelf voor deze tweede benadering en hij formuleert heel voorzichtig zijn standpunt.

Wat zegt Wright niet…
Dit is geen universalisme, dit standpunt zegt ook niet dat mensen op grond van goede wil en goede werken behouden worden en het biedt ook geen opening voor de visie dat een ieder via z’n eigen religie God wel vindt. Deze opvatting betekent ook niet dat zending en evangelisatie niet meer nodig zijn. Het is de opdracht van Christus zélf om de wereld in te gaan en getuige te zijn van Hem. Dat is onze taak en onze vreugde. Wright: Ik zeg nog een keer dat mensen alleen gered kunnen worden door Christus en dat de normale manier is dat mensen de weg naar verzoening horen via evangelisatie. Maar ik kan niet de volgende stap zetten door te zeggen dat God niemand kan of wil redden tenzij die persoon door een christen bereikt is met een heldere uitleg van het evangelie. Het lijkt mij dat die opvatting de uitwerking van Gods genade beperkt tot wat wij mensen in evangelisatie bereiken.

Gods soevereiniteit biedt ruimte
Wright spreekt in dit verband over ‘Sovereign Grace’ en ‘Let God be God’. En hier kwam voor mij (Jaap) de verrassing. In de gereformeerde traditie hebben we een ‘hoge visie’ op Gods soevereiniteit. We geloven dat God almachtig is, dat Hij het heft in handen heeft en dat Hij aan mensen geen verantwoording hoeft af te leggen. Als het gaat om de vraag hoe je tot geloof komt, dan zeggen we als gereformeerden dat God dat via zijn Geest in ons bewerkt. Het is Zijn initiatief waar wij op reageren. Dit in tegenstelling tot de (Arminiaanse) visie waarin de nadruk ligt op de menselijke beslissing om ‘Jezus aan te nemen’. Nu komt het. De term ‘Gods soevereiniteit’ heeft meestal een wat problematische klank. We denken dan aan Zondag 10, uitverkiezing en de vraag naar de menselijke verantwoordelijkheid in dit alles. Het verrassende is dat als het gaat om de breedte van Gods verzoening, een hoge visie op Gods verzoening juist ruimte geeft! Denk even aan de 2 visies die hierboven aan de orde kwamen. De eerste groep legt alle nadruk op de menselijke beslissing bij het tot geloof komen. De tweede visie is alleen mogelijk als het God is die in zijn soevereine genade mensen redt via de weg die Christus heeft geopend. En daarbij weten we dat “…Hij niet wil, dat sommigen verloren gaan, doch dat allen tot bekering komen” (2 Petrus 3:9).

Als u uitgebreider en nauwkeuriger wilt lezen wat Christ Wright zegt, klik dan hier voor de Engelstalige samenvatting van de relevante passages in het boek van Wright.

In de sloppenwijken van Kampala

[Door Mirjam] We zijn een paar dagen langer in Kampala, omdat onze visa voor Oeganda nog niet verlengd zijn. Woensdag vroeg een vriendin, Anja, of ik met haar meeging naar de sloppenwijken. Anja is in contact gekomen met Paul, een jonge man die een project voor straatkinderen heeft opgezet. Hij is zelf op de straat opgegroeid, en door een project opgevangen en getraind. Nu heeft hij hart voor al die kinderen die nog op straat leven, en probeert hen te helpen.

We gingen op stap, er ging nog een Nederlandse vrouw en haar vader mee. We gingen eerst naar het ’tussenproject’: daar worden kinderen overdag opgevangen die graag uit het straatleven willen stappen. Ze kunnen zich daar wassen, krijgen wat te eten, en krijgen onderwijs (lezen en schrijven, Engels, maar ook sociale vaardigheden en sport). Alles wordt er gedaan door vrijwilligers. Toen wij er waren, waren er zo’n 20-25 kinderen. Voor deze kinderen is het heel wat om niet te snuiven, zich te wassen en met elkaar samen te werken. We kregen een rondleiding van Paul, en daarna gingen we naar de sloppenwijk.

Anja had brood meegenomen om uit te delen, en er waren ook snoepjes. Aangekomen in de wijk, kan je niet beschrijven wat je ziet. Het had de nacht en ochtend ervoor flink geregend, dus sowieso was alles modderig en drassig. Overal ligt afval, en de stank is niet te omschrijven. Mensen die Paul zien, kennen hem allemaal, en Paul blijkt ook erg veel mensen te kennen. Er wordt brood uitgedeeld, en veel mensen groeten Paul en Anja. Er zijn zoveel ‘loslopende kinderen’, die allemaal aandacht vragen. De meeste van hen lopen met een flesje waar ze continu aan lopen te snuiven, of ze hebben een ‘snuiflapje’ in hun hand. Sommige kinderen gebruiken hun ene hand voor hun boterham, hun andere voor het snoepje, en houden hun flesje stevig in hun mond…

Het is ongelofelijk wat je allemaal ziet, veel tieners, maar ook heel veel kleintjes, sommige schat ik niet ouder dan een jaar of 6. Bij het uitdelen van het brood zie je ook hoe hard het leven op straat is: als je een boterham krijgt moet je hem goed beschermen, anders wordt hij zo uit je handen gegrist. Dat zie je ook gebeuren. En als je je broodje niet weg laat grissen, kan je een klap op je hoofd krijgen, zodat je het wel geeft. De meeste kinderen hebben wonden aan hun voeten. Er zat ook een meisje, ik schat een jaar of 12. Ze was gevallen en kon haar been niet meer gebruiken. Maar ja, wat doe je als je op straat leeft? Ze zat al erg lang tegen het hek waar we haar vonden. Paul dacht dat haar been gebroken was, maar geld voor medische hulp is er niet. Erg triest en uitzichtloos. Ze kreeg een paar boterhammen die ze snel onder haar regenjas stopte.

Ik genoot van een ventje die het laatste broodje met de zak kreeg: met een glunderend gezicht hield hij de zak achter zijn rug en hield zijn andere hand op voor nog een boterham. Toen hij die kreeg, deed hij die vliegensvlug in zijn zak. Hij draaide de plastic zak dicht, en maakte aan de onderkant een klein gaatje: daardoor at hij zijn brood op, en zo kon niemand het uit zijn hand grissen. Maar het blijft zo wrang, dat een boterham, een snoepje en een aai over zijn bol alles was wat ik hem die dag kon geven. We liepen naar een ‘social centre’, een gebouw midden in de wijk waar vaak basale medische hulp en wat training gegeven wordt, maar toen wij er waren was het dicht.

Hoopvoller was de plek waar we daarna naartoe gingen. Paul heeft een 4-kamer-woning waar plaats is voor 20 kinderen die na het ’tussenproject’ opgevangen worden in dit ‘gezinsvervangend tehuis’. Deze kinderen gaan naar school, en worden bezig gehouden met muziek, dans en sport, en krijgen zo een kans op een ‘gewoon’ leven. Er is een meidenslaapkamer en twee jongenskamers, en ze lieten allemaal heel trots hun EIGEN bed zien. Wat een verschil met de kinderen die we op straat zagen! Ze gaven ook een voorstelling dans en acrobatiek, en we deden een korte bijbelstudie met hen. Ook hier werd er veel aandacht gevraagd, een hand, een aai, een gesprekje, iets laten zien… het was duidelijk dat deze kinderen een ‘verleden’ hebben, maar ook super mooi om te zien wat Paul voor deze kinderen heeft gedaan.

We aten met elkaar – en al wilden wij als buitenlanders natuurlijk niet teveel van hun kostbare eten opeten – het was erg mooi om samen te eten. Die avond genoot ik des te meer van de warme douche, de maaltijd, het dak boven mijn hoofd en het lekkere bed!

Kabaal in Kampala

In Kampala is het nooit stil. Ja, dat is natuurlijk een overdrijving, denkt u nu. Nou, misschien is het ergens in Kampala 1 minuut per dag een keer écht stil, maar dat is dan een uitzondering. Kampala is de plek waar we Desta & David ontmoeten als ze vakantie hebben. Omdat we een jaar in Kampala hebben gewoond, is het een redelijk bekende plek voor ons. Toch valt telkens weer op dat er altijd herrie is. U wilt wat voorbeelden horen? Die zijn er genoeg: een lokale disco (zo noemen ze die hier) met muziek tot diep in de nacht, een pinkstergemeente met langdurig gezang en een hele lange en luidruchtige preek, een bruiloft die doorgaat tot in de vroege uurtjes, een vrachtauto die zoveel lawaai maakt dat het klinkt alsof hij door je slaapkamer rijdt, een internaat waar de kinderen al om 4 uur in de morgen opstaan en laten horen dat ze wakker zijn… U bent wel een beetje overtuigd, denk ik zo.Aaaj

 

 

 

 

 

 

Stilte
Wat is het dan heerlijk om weer naar Kajo-Keji te gaan, waar de stilte als een koele bries het leven aangenaam maakt. Dat betekent: nog wel. Want ook in Kajo-Keji krijgen steeds meer mensen zonnepanelen of een aggregaat om stroom op te wekken. Prachtig natuurlijk, maar dat betekent dan weer wel dat ook daar de disco zich gaat laten horen, de pinkstergemeente z’n best doet en de  bruiloften een grotere geluidsverspreiding krijgen. Tot die tijd genieten we nog even van de rust in Kajo-Keji.

God gaat iets nieuws doen!

Kajo-Keji is een bijzondere plek. In onze nieuwsbrief vertelden we al eerder over zendingswerkers uit China en nu kunnen we melden dat er twee missionaire werkers uit Nigeria zijn bijgekomen.  Evangelist Chidi Moses Nwaiwy vertelt ons waarom hij naar Zuid-Soedan is gekomen.

Chidi Moses: “Ik heb jarenlang bij een bank gewerkt, maar God riep mij toen voor het evange­lisatiewerk. Zes jaar lang heb ik als evangelist in de Anglicaanse kerk van Nigeria gewerkt. Ik wilde echter ook buiten Nigeria dienstbaar zijn, en nu ben ik hier in Kajo-Keji. Ik heb een vrouw en 3 kleine kinderen en ik hoop dat die later ook hierheen kunnen komen”.

Wat is Chidi’s droom voor de kerk in Zuid-Soedan? “Ik wil graag dat de kerk sterker wordt op alle terreinen. Ik wil graag de gemeenten opbouwen, zodat er mannen zijn die kunnen bidden en leiding geven. Ik wil graag actieve jongeren zien die het vuur van het evangelie verspreiden. Ook is onderwijs over rentmeesterschap en geven nodig. Laatst was ik in een gemeente waar we in korte tijd genoeg geld voor een generator ophaalden. En dat met eigen middelen, zonder buitenlandse donoren”.

 

Evangelist Chidi Moses: “God gaat iets nieuws doen! Ik was zelf bij een conferentie in Nigeria waar we via een profetisch woord hoorden dat Afrikaanse christenen het Evangelie gaan terugbrengen naar Europa. En de Anglicanen nemen de leiding. Dat is niet niks! It is a new move in the calendar of God”.

De rode draad

Wat is de rode draad in de Bijbelse boodschap? Hoe kun je de Bijbel lezen als één verhaal? Op die vraag zochten we een antwoord bij het vak Bijbelse theologie. We lezen vaak losse verhalen en gedeelten in de Bijbel en daarmee verliezen we soms het Grote Verhaal uit het oog en dat is jammer.

Want het volgen van het doorlopende verhaal in de Bijbel is de moeite waard. Het laat de vele puzzelstukjes samenvallen tot één Grand Narrative. Ik gebruikte voor dit vak dit boek: ‘The Drama of Scripture’, geschreven door Craig Bartholomew and Michael Goheen. De schrijvers vatten het bijbelse verhaal samen in 6 scenes:

1. God vestigt zijn Koninkrijk: schepping
2. Opstand in het Koninkrijk: zondeval
3. De Koning kiest Israël: verlossing begonnen
Tussenfase: Het verhaal van het Koninkrijk wacht op een slot: de periode tussen OT en NT
4. De komst van de Koning: verlossing bereikt
5. Het nieuws over de Koning verspreiden: de missie van de kerk
6. De terugkomst van de Koning: verlossing voltooid

Het is duidelijk dat Gods Koninkrijk het kernwoord is in dit verhaal. Gods doel is Zijn Koninkrijk – in de hemel als op aarde – en wij zijn bedoeld voor dat Koninkrijk. En alles wat we nu doen in Zijn Naam, draagt bij aan de komst van dat Koninkrijk in volheid. We hebben ook telkens geprobeerd de link te leggen tussen dit Bijbelse verhaal en ons eigen verhaal. Waar passen wij in dit verhaal? En ook: hoe beïnvloedt dit ware christelijke verhaal ons denken en handelen?

In scene 5 gaat het over de missie van de kerk. Hoe kunnen wij als christelijke kerk het verhaal van de Handelingen van de apostelen voortzetten? Ik vond deze samenvatting mooi:
A. We zijn licht in deze wereld (het voortzetten van Israëls opdracht), 1 Petrus 2:9-12.
B. We maken het Koninkrijk bekend (het voortzetten van de opdracht van Jezus), Joh. 20:21.
C. We zijn getrouwe getuigen (het voortzetten van de opdracht van de vroege kerk).

Een mooi verhaal, waard om te lezen, om uit te leven en om door te vertellen.

Prachtig preken

Laat ik iets vertellen over de twee vakken die ik afgelopen semester heb gegeven: preekkunde en Bijbelse theologie. Voor de liefhebber.

Preekkunde
Dit vak gaf ik aan 2 groepen: certificate en diploma. De diploma-groep is het hogere niveau. Ik had op het internet een korte handleiding voor preken gevonden die door iemand in Zimbabwe was gebruikt. Dat leek me handig, maar in de praktijk van het lesgeven, viel deze syllabus erg tegen. Het niveau van Engels was te moeilijk en er zaten ook veel onnodige herhalingen in. Ik heb de studenten een stappenplan gegeven hoe je van bijbeltekst naar preek komt. Daarbij hebben we aandacht gegeven aan bijbeluitleg (exegese), het belang van de introductie, het gebruik van voorbeelden, maar ook aan preken uit het Oude Testament en preken tijdens een huwelijk of begrafenis.

Context en toepassing
De twee belangrijkste probleemgebieden waren het serieus nemen van de oorspronkelijke situatie van de bijbeltekst (context) en het toepassen van de boodschap in het Zuid-Soedan van nu. En volgens mij is dat wereldwijd gezien de uitdaging als het gaat om preken (ook in Nederland!). Het begrip context was en is voor veel studenten lastig te begrijpen. Ik heb het met heel veel voorbeelden geprobeerd duidelijk te maken. Sommige studenten snappen het nu, anderen hebben meer tijd nodig. Maar dat geeft niet. Zo hield een student een proefpreek over Galaten 5:1 en hij sprak over de vrijheid in Christus. Mooi thema natuurlijk. Hij zette daarbij de vrijheid in Christus tegenover het slavenjuk van de zonde en verwees naar Romeinen 6:6. Klinkt goed, maar dat doet helemaal geen recht aan wat de apostel Paulus schreef in de Galatenbrief. Die heeft het over vrijheid in Christus tegenover gebondenheid aan de Joodse wet! Een heel andere context dan in Romeinen 6:6.

Ook bij het toepassen van de boodschap vervallen veel studenten in algemeenheden. Zoals: we moeten meer geloof hebben, minder zondigen en meer dienen. En nogmaals: datzelfde heb ik regelmatig van Nederlandse kansels gehoord. Het vraagt studie, bezinning en gebed om de boodschap echt te laten landen in de belevingswereld van de hoorders. Maar het is wel nodig om dit serieus te nemen, want dan alleen gaan mensen ontdekken wat het christelijke geloof betekent voor het leven van elke dag.

Wekelijkse avondmaalsdienst

Bij sommige proefpreken van studenten werd ik blij, bij andere preken zat ik met gekromde tenen. Maar er is zeker vooruitgang te zien bij de studenten. Ze beseffen nu meer dan ooit dat ze de tekst moeten laten spreken en dat de preek moet landen bij de hoorders. Ook begrijpen ze nu beter dat een preek (veel) voorbereidingstijd nodig heeft en dat het een zaak van gebed en bijbelstudie is. Ik was heel erg blij na een preek van diploma-student Kwanyi Henri tijdens de wekelijkse avondmaalsdienst op de College. Z’n preek zat perfect in elkaar: duidelijke boodschap, prachtige illustratie over zijn opa, context serieus genomen en een stevige conclusie. Op zo’n moment is docent-zijn een geweldig vak!

Zie voor Bijbelse theologie de volgende blog.

Muurhangsels

Deze keer een wat lichtere bijdrage, vooral om te kijken. Wat hangt er in ons huisje in Kajo-Keji aan de muur? Hieronder onze verzameling van ansichtkaarten, kalenders en platen. De foto’s zijn niet allemaal zo scherp, maar dat is ook wel handig in verband met copyright issues 🙂

Deze kalender hangt in onze woonkamer en we vinden ‘m zelf heel mooi.

Davids ‘glas-in-lood’ van papier. Hij hangt achter het raam van onze voordeur. Als je ’s avonds van buiten naar binnen kijkt, ziet het er heel mooi uit!

Tekening van Jesse gemaakt door een wereldberoemde tekenaar in Parijs.

Ansichtkaarten van Karen Blixen (Out of Africa). We kochten deze in het Karen Blixen-museum in Denemarken.

Plaatjes uit Katwijk (geboorte-plaats Jaap).

In de slaapkamer hebben we kunst van Desta aan de muur hangen. 

In de studeerkamer hangt deze collectie: een kruisje dat we kregen van de Anglicaanse kerk in Arnhem en foto’s van familie en studenten. Daartussen een plaatje van een ikoon. 

Poster met African Icons van het BBC-magazine Focus on Africa hangt in onze woonkamer. 

Een voorbeeld van Afrikaanse volkskunst hangt bij ons in de keuken.

En tenslotte: de verjaardagskalender die Mirjam van haar basisschool in Ede kreeg. Hij hangt trouwens in de keuken… niet op de wc.

Hoe sluit je een kerkgebouw?

Dan heb ik het niet over het op slot doen van de deur, maar echt over het afstoten van een kerk. In Nederland beginnen we daar helaas gewend aan te raken vanwege de krimp in het aantal kerkbezoekers. Hier in Zuid-Soedan hebben we pas de oude kathedraal ‘gesloten’, omdat er nieuwe gebouwd is vanwege de groei in ledenaantallen! Ze noemen dit trouwens de kathedraal omdat het de officiële kerk van de bischop is. De oude, kleine kathedraal werd met een speciale liturgie door de bisshop ‘vrijgemaakt’ voor ander gebruik dan de zondagse eredienst. Toen we deze woorden hoorden en zeiden, dacht ik aan al die gelovigen die in dit gebouw zijn aangeraakt, bemoedigd, opgebouwd en vrijgezet. Daar mag je best even bij stil staan. Hierbij de korte liturgie (eigen vertaling uit Engels).

Bisschop: De Heer zij met u.
Allen: En ook met u.
Bisschop: Laten we bidden: Heer, we danken u voor al de tijd dat dit gebouw heeft gediend als een plaats van gebed voor de christenen hier.
Allen: We danken U Heer.
Bisschop: Voor alles dat het voor hen heeft betekend.
Allen: We danken U Heer.
Bisschop: Voor alle opbouwende diensten die hier gehouden zijn.
Allen: We danken U Heer.
Bisschop: Voor alle verrijkende preken die hier beluisterd zijn.
Allen: We danken U Heer.
Bisschop: Voor allen die hier gedoopt zijn en belijdenis hebben gedaan.
Allen: We danken U Heer.
Bisschop: Voor allen die hier getrouwd zijn.
Allen: We danken U Heer.
Bisschop: Voor alle keren dat we hier geestelijk voedsel ontvingen in het Heilig Avondmaal.
Allen: We danken U Heer.
Bisschop: Ere zij de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
Allen: Zoals het was in den beginne, nu is en voor altijd zal zijn. Amen.

De oude kathedraal rechts en een stukje van de nieuwe links.

Desta & David: St. Andrew’s School, Turi

Desta en David zitten sinds begin september op een school met in internaat in Kenia: St. Andrew’s. Kijk vooral eens op de website van de school en je ziet de 80-jarige geschiedenis van de school terug in de gebouwen. De school is prachtig gesitueerd in het hoogland van de Rift Valley. Maar wat vinden Desta en David nu van de school? Wat zijn hun ervaringen na 6 weken?

Desta: het blijft wel school
De eerste week vond ik niet leuk. Ik wist niet precies hoe alles ging en ik kende ook niemand. Maar na die week ging het steeds beter. Er zijn leuke dingen, maar natuurlijk ook minder leuke zaken, want het blijft wel school. Ik vind crosscountry hardlopen (5 km) leuk en ook ‘ultimate frisbee’, dat is een combinatie tussen rugby and frisbee. Verder ga ik op vrijdagavond naar de Christian Union (CU) en dat is ook fijn.

De vakken op school die ik gekozen heb (ICT, gym, frans en geschiedenis) vind ik leuk. Ik ben minder blij met schei- en natuurkunde, maar wiskunde en Engels zijn wel prima. Tja, wat vind ik minder geslaagd? Het eten is somsDesta en David in St. Andrew's uniform een beetje eentonig en we maken ook lange dagen: tot 5 uur school en daarna nog sporten.

M’n kamergenoot heet Rahul en hij is een Indiaase Keniaan. We hebben niet echt een klik, maar het is wel oké. Drie keer per week praat ik met m’n ouders via de telefoon. Daarnaast e-mailen we ook. M’n moeder kwam langs op het ouderweekend in Kenia en nu zijn we voor een weekje ‘herfstvakantie’ in Kampala.

David: boogschieten
Ik vind het een leuke school. Er is vooral veel aandacht voor sport en muziek. De eerste week was moeilijk, maar nu heb ik wat meer vrienden. Zoals Jason, zijn ouders zijn zendingswerkers in Noord-Kenia, en Dan & Jo, dat is een tweeling waarvan de ouders op school lesgeven.

Ik vind basketbal en crosscountry leuk. Verder heb ik leuke leraren voor wiskunde en voor geschiedenis. In het weekend is er van alles te doen. Zaterdag doe ik aan boogschieten en zijn er ook andere activiteiten. Zondag gaan we eerst naar de kerk en dan is er vrije tijd. ’s Middags zie ik Desta dan.

Bijna elke dag heb ik wel contact met m’n ouders via e-mail of telefoon. M’n slaapzaal is niet de meest gezellige, maar is wel oké.